grasaren

Grasaren zijn harde pluimen op de top van een grasspriet. Dit zijn de zaden van het gras en je vindt deze doorgaans op plekken waar niet vaak gemaaid wordt. We noemen ze ook vaak “kruipers”. Deze kruipers hebben weerhaken, waardoor ze regelmatig voor problemen bij honden zorgen. Ze kunnen zich bijvoorbeeld vasthaken tussen de tenen, maar ook in de keel of neus blijven zitten en voor ontstekingen zorgen. Vooral in de zomer komt dit vaak voor, maar achtergebleven grasaren kunnen ook zeker in de herfst en winter voor veel problemen zorgen.

Waar grasaren vaak voorkomen:

  • neus

    Verschijnselen: de hond niest veel en/of wrijft net zijn poot over zijn neus

  • keel

    Verschijnselen: hoesten, slikken

  • oren

    Verschijnselen: de hond schudt met zijn kop, krabt aan zijn oren of houdt zijn kop scheef

  • in het oog

  • Verschijnselen: krabben aan het oog, tranende ogen

  • tussen de tenen

    Verschijnselen: likken aan de poot, mank lopen, een klein gaatje in de huid waar de grasaar naar binnen is gekropen of heeft gezeten

Door zijn weerhaken is een grasaar in staat steeds verder het lichaam van de hond in te kruipen. Wanneer de grasaar daar blijft zitten zal het lichaam met roodheid, zwelling en koorts reageren op dit vreemde “object”.

Wanneer een grasaar eenmaal vast zit in de huid probeert de dierenarts indien mogelijk de aar te verwijderen met een tangetje. Soms is de grasaar al dieper doorgedrongen in het lichaam van de hond. Dan kan het nodig zijn deze met een roesje operatief te verwijderen. Soms moet de dierenarts eerst met echografie op zoek naar de grasaar.

Grasaren komen vaker voor bij honden met een halflange of lange vacht en bij honden met lange oren, maar kunnen bij iedere hond voor problemen zorgen. Controleer je hond daarom goed na iedere wandeling, zo kun je veel problemen voorkomen. Ben je er tijdig bij dan kun je de aar verwijderen met een pincet. Is de aar al dieper doorgedrongen neem dan contact op met je dierenarts.